bomen, info

Standplaats
In alle beschrijvingen in boeken en op internet wordt gesproken over de geschiktste grondsoort voor een boom. Dit is te kort door de bocht. Er moet eigenlijk gesproken worden over de standplaats voor een boom waar in hij het meest concurrentie krachtig is. De meeste bomen groeien eigenlijk over al wel behalve op extreme droge, natte of arme plaatsen. Doordat in het verleden de beste gronden het eerst werden ontgonnen is het wel zo dat in de natuur, bossen en heide deze extreme omstandigheden veel voorkomen. Maar bijvoorbeeld een eik heeft een langzame jeugdgroei en zal dan op rijke gronden de concurrentie met andere bomen niet aankunnen.

Standplaats factoren die verschil maken
Wind; beschut of in het veld.
Zonlicht; volle zonneschijn / halfschaduw, ochtend of middag schaduw/zonlicht maar ook de intensiteit hiervan.
Water; regen hoeveelheid, grondwater en het vermogen van de standplaats om vocht vast te houden of af te voeren.
Grondsoort; met of zonder storende lagen, door wortelbaarheid en chemische rijdom(klei of leem)
Organische stof en bodemleven; de kwaliteit hiervan en de mate van de vertering van de organische stof en de toevoer hiervan.
De verschillen in tijd en de intensiteit hier van zorgen voor veel of weinig dynamiek.

Berken op verschillende standplaatsen

 

Genotype
Bomen in de natuur vermeerderen zich op generatieve wijze wat het gevolg heeft dat elke boom anders is. Wanneer een soort zich al meerdere keren op een standplaats vermeerderd heeft ontstaat er dan ook een biotype bv extra weerstand tegen verdroging. Omdat de meest aangepaste exemplaren overleven mits de mens deze ontwikkeling met rust laat. Ook beïnvloeden we dit proces door planten uit een andere streek te gebruiken.
Bijvoorbeeld een eik uit Brabant gekweekt met plaatselijke eikels welke in Drenthe gebruikt wordt.
Kwekers gebruiken vaak soort echt materiaal dat gewonnen wordt uit speciale bestanden maar dit zijn geen biotypes selecties.

Generatieve verschillende zijn ondermeer duidelijk te zien in de verschillende vormen van blad en groeivorm bij berk en eik is dit duidelijk te zien. Maar groeisnelheid, vorstresistentie, weestand tegen ziektes en insecten en ook bloeitijden, reacties op microklimaat etc. zijn allemaal genetisch vastgelegd.

Wij als mensen willen alles kwalificeren en indelen de natuur niet en staat dan ook bol van grensgevallen zo doen zomer- wintereik en ruwe- zachte berk onderling kruisen bij berk noemen we het hybriden bij eik noemen we het Quercus x rosea een echt soort. Bij de zwarte den kennen we de Pinus nigra var. martima dit is de corsicaanse den en dit is een natuurlijke selectie. We hebben het er maar moeilijk mee om alles een naam te geven. Maar zo kennen we bomen die echt aan de soort kenmerken voldoen maar ook ernstige twijfel gevallen.

Ook de leeftijd van de boom is belangrijk vooral de verschillende stand van takken en bladvorm springt in het oog bij bijvoorbeeld een berk. Een boom kent een jeugd- volwassen en aftakelingsfase.
In jeugdfase wordt gekenmerkt door een sterke groei de takken staan dan bv schuin omhoog het blad is groter en afhankelijk van de groeiplaats diep gekleurd. In de volwassen fase ligt de nadruk op de zaadopbrengst de takken gaan onderuitzakken bladeren verliezen de nadrukkelijke jeugdvorm. In aftakelingsfase gaat de vitaliteit van de boom achteruit de takken gaan hangen het blad wordt lichter van kleur en soms kleiner geeft soms heel veel zaad en wordt makelijker aangetast door insecten en schimmels en  uiteindelijk sterft de boom van ouderdom. Elke soort kent zijn eigen specifieke vorm per fase. De berk is heel duidelijk in zijn uiterlijk en dit gaat op de hierboven beschreven manier. Ook de jeneverbes laat grote genetische verschillen zien in de groeivorm.

Feno type
Ook de standplaats is bepalend voor de vorm een boom alleen in het veld of in het bos zien er behoorlijk anders uit. Maar ook de beschikbare hoeveelheid wortelruimte en voeding geven dat de boom behoorlijk minder groeit of zelfs in een soort dwerg groei komt alles aan de boom is kleiner bv bij een linde. Of de boom sterft vrij snel.  Een boom die in de volwassen fase zit wil langt niet altijd harder gaan groeien of groter worden als de standplaats verbeterd hij blijft dan de dwerg of kleinere vorm houden. Op een super geschikte standplaats kunnen bomen enorm uitgroeien en echt heel oud worden vooral bij pinus en eik maar ook bij lindes kunnen exemplaren eeuwen oud worden.

In het bos op een schaduwrijke plaats kunnen zaailingen de doorgaande scheut kwijt raken en gaan dan in de breedte groeien bv beuk. Het blad in schaduw is dunner heeft minder bladgroen(lagen) dan een blad boven in de boom. Dit is genetische maar ook fysiek bepaald. Het blad krijgt een andere samenstelling als hij in de schaduw hangt en soms wordt de vorm anders, grote of kleiner dikker of zelfs het uiterlijk veranderd.

Op de volgende foto’s grove dennen die door afwijkende standplaats een andere vorm hebben gekregen. De Grove den met de lange stammen stond in een bos waar dit de restanten van zijn.

Op de volgende foto een rij eiken ooit eens  door de mens geplant. Staat nu in een natuurreservaat van Het Drentse Landschap.

eiken rij

eiken rij

Een Reactie op “bomen, info

  1. Katharina Beck mei 14, 2014 om 1:55 pm

    Hallo, Im from Germany and impressed by your fotos from rhododendron in the wood. Would it be possible to use the photos for a Broadcast on TV about Neophyten?
    thanks Katharina

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: